B41

halszaak

de muze is een monster en het knaagt. het kauwt het lijf
dat jij ontving. haar tong is week & zij verparelt mij,
haar speeksel is glazuur, de haat dooradert
haar marmer. vrij spel heeft zij,
nu jij er niet meer bent.

haar code leeft zich uit in mij. woekerend gemis
grazend op de weiden van gebrek
die het in zichzelf ontdekt. wat er niet is
komt zo in stapels corned beef
terecht.

ik ben werktuiglijk restant. murw gekneed
rol ik het zwart in van de oven. o sylvia.
mijn mengsel korrelt uit, een naald
doorpriemt mijn ik. men rijgt mij dood
aan het verlangen om mij droog te lezen.
mij meten is mij maken, harde
wetenschap.

de rechtspraak aan jouw hals. jij pronkt met het
verdict, jouw nijd een parel
ter bewondering.

een meeuw slaat straks zijn wieken uit
& krijst calais calais
calais
één is het ware, het inzicht
te begrijpen
dat alles
alles bestiert.

B53

ingelijfd

met correlaties wil het toeval dat jouw haren
uitstrepen mijn schouder tot op het witte
bot & in mijn navel mateloos versterkt raketten
bulderen (moederkoekspektakel). hoofden

met halen van rilromp & krijsen worden
gescheiden & het leed wordt een deel van mijn
pink o.a. (knipschaar in spreidstand : elk
moment is een momentopname met suisende

migs in de hersenpan & bloedstraalverloren
de druppels besef druipen in het borstplan iran.)
met de neusloop geschouderd de oogas schroeft

schunnig in de richtkoker de scherven heelal. mijn
lijf was horizon & oorlog is ook ons de vaderstaat.
goddelijk eerst was ik jouw slaaf & nu ben jij vrij.

 

B11

dol

jouw lichaam ontvalt mijn vingers & zinkt
het vormeloze in. jouw zucht verwijdert
zich in beelden die vervagen. jouw hals
is nog een vale waas van licht, ik durf

de ogen niet te sluiten. koude die niet
wijken wil. kale takken tikken op het raam.
de frigo slaat aan, jouw adem is ondertoon.
de honden huilen, ruiken al mijn bloed.

weerspannig draait de wereld dol in mij, de
gronden willen weg van ons, de zeeën
walgen wee de stranden aan,  een rode zon

doet teken naar de maan:  geheel de naam
van dit bestaan moet nu maar uitgesproken.
onder slagen zal het ongedierte verder gaan.