B11

dol jouw lichaam ontvalt mijn vingers & zinkt het vormeloze in. jouw zucht verwijdert zich in beelden die vervagen. jouw hals is nog een vale waas van licht, ik durf de ogen niet te sluiten. koude die niet wijken wil. kale takken tikken op het raam. de frigo slaat aan, jouw adem is ondertoon. de honden huilen, ruiken al mijn bloed. weerspannig draait de wereld dol in mij, de gronden willen weg van ons, de zeeën walgen wee de stranden aan,  een rode zon doet teken naar de maan:  geheel de naam van dit bestaan moet nu maar uitgesproken. onder slagen…